ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling mvv-vereiste wegens onvoldoende vastgestelde identiteit en medische reisbaarheid
Eiseres, met gestelde Liberiaanse nationaliteit, verzocht om vrijstelling van het mvv-vereiste bij haar aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling. Verweerder wees dit af wegens het ontbreken van een geldige mvv en twijfels over de identiteit en nationaliteit van eiseres. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft meegewerkt aan het vaststellen van haar identiteit en nationaliteit, mede gelet op eerdere onbetrouwbare documenten en taalonderzoek.
De medische adviseur van het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat eiseres onder begeleiding van een psychiatrisch verpleegkundige en met haar medicijnen in staat is te reizen. De rechtbank acht het beleid om in geval van twijfel over identiteit slechts een gedeeltelijk medisch advies te vragen niet onredelijk. Onderzoek naar medische behandelmogelijkheden in het herkomstland was derhalve niet nodig.
Eiseres voerde tevens aan dat het vertrek strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel, de vergewisplicht van verweerder en artikel 8 EVRM Pro over respect voor gezinsleven. De rechtbank laat het gelijkheidsbeginsel buiten beschouwing wegens te late indiening en oordeelt dat artikel 8 EVRM Pro niet van toepassing is omdat de aanvraag niet was gericht op gezinsleven. Het beroep op de vergewisplicht en eerdere jurisprudentie wordt verworpen.
Ten aanzien van de minderjarige kinderen van eiseres concludeert de rechtbank dat ook zij medisch in staat zijn te reizen en dat verweerder terecht geen vrijstelling van het mvv-vereiste heeft verleend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vrijstelling van het mvv-vereiste wordt bevestigd.