ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4211
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Mongoolse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zijn aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de gegronde redenen voor asiel.
Eiser stelde dat hij bedreigd en mishandeld werd in Mongolië en dat hij wegens zijn afkomst en familiegeschiedenis gevaar liep. Hij klaagde ook over het ontbreken van een beëdigde tolk in het Mongools tijdens de zitting en het niet verlenen van uitstel voor het indienen van zijn zienswijze.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-beëdigde tolk gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van beëdigde tolken in het Mongools en dat eiser geen aantoonbare schade had ondervonden. Tevens werd het verzoek om uitstel afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.