ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4269
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herkenningsprocedure wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling
Eiser werd in 2007 aangehouden en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarna hij direct werd vastgehouden voor de executie van straffen uit 1993 en 1994. Eiser betwistte dat hij de veroordeelde was uit deze oudere zaken en verzocht de Staat een herkenningsprocedure te starten om zijn identiteit vast te stellen.
De Staat voerde aan dat de straf uit 1994 niet ten uitvoer is gelegd en dat eiser geen belang had bij die executie. Uit dactyloscopisch onderzoek bleek dat de vingerafdrukken van eiser overeenkwamen met die van de veroordeelde uit 1993, onder hetzelfde unieke biometrienummer. Ook was vastgesteld dat eiser meerdere aliassen gebruikte, waaronder de naam die in de strafzaak werd genoemd.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat sprake was van persoonsverwisseling of onrechtmatig handelen door de Staat. De vordering tot het starten van een herkenningsprocedure werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot het starten van een herkenningsprocedure wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.