ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing 183-dagenregeling in het belastingverdrag Nederland-China en uitleg kalenderjaar
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of eiser voor de toepassing van artikel 15 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en China in het relevante kalenderjaar meer dan 183 dagen in China verbleef. Eiser betwistte de uitleg van het begrip 'kalenderjaar' zoals gehanteerd door de Belastingdienst.
De rechtbank stelde vast dat het verdrag zelf het begrip 'kalenderjaar' niet definieert, waardoor volgens artikel 3, tweede lid, van het verdrag de betekenis van het begrip moet worden bepaald aan de hand van de wetgeving van de verdragsluitende staat. In dit geval betekent dat de Nederlandse belastingwetgeving, waarin het kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
De rechtbank nam ook in aanmerking dat China bij haar belastingwetgeving eveneens uitgaat van een kalenderjaar van 1 januari tot en met 31 december, en niet van de traditionele Chinese kalender die van 9 februari tot 28 januari loopt. Vast stond dat eiser in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2005 minder dan 183 dagen in China verbleef. Verweerder betwistte bovendien dat eiser in de periode van 9 februari 2005 tot en met 28 januari 2006 meer dan 183 dagen in China verbleef, hetgeen eiser niet aannemelijk maakte.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij minder dan 183 dagen in China verbleef volgens de Nederlandse uitleg van kalenderjaar.