ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4513
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- J.P.F. Slijpen
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling verkoop melkquotum en winstneming bij emigratie agrariërs
Eiseres en haar echtgenoot Y brachten hun veehouderijbedrijf en het melkquotum in een maatschap en richtten vervolgens samen een BV op, waarbij het melkquotum tegen een langjarig winstrecht aan de BV werd verkocht. Kort daarna werd het melkquotum door de BV aan derden verkocht voor een hogere prijs. De Belastingdienst stelde dat de waarde van het melkquotum bij verkoop aan de BV tot de winst van eiseres over 2002 behoort en legde een aanslag op.
Eiseres stelde dat geen fiscale afrekening bij verkoop aan de BV hoefde plaats te vinden en dat de winstneming uit het winstrecht jaarlijks moest plaatsvinden. Zij voerde ook aan dat de bepalingen in strijd waren met Europees recht en dat verweerder niet volledig transparant was over de gebruikte Handreiking.
De rechtbank oordeelde dat het melkquotum aan de BV was verkocht met het doel het snel door te verkopen, zodat het voorzichtigheidsbeginsel geen uitstel van winstneming toestaat. De BV moest het melkquotum activeren tegen de waarde bij overdracht en mocht niet afschrijven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het beroep op Europees recht en het gelijkheidsbeginsel faalde. Ook werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was de Handreiking volledig te overleggen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 316.857.