ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5452
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring van de artikel 55-maatregel voor minderjarige vreemdelingen op het AC Schiphol
Eisers, minderjarige vreemdelingen, verbleven op het Aanmeldcentrum (AC) Schiphol op grond van artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij zij zich beschikbaar moesten houden voor de asielprocedure. Zij voerden aan dat zij zonder wettelijke grondslag gedetineerd waren geweest, niet geïnformeerd over hun verblijfsrechtelijke positie en dat de voorzieningen ontoereikend waren.
De rechtbank stelde vast dat sinds eerdere uitspraken het beleid was aangepast: minderjarige vreemdelingen worden nu bij binnenkomst geïnformeerd over hun recht om het AC te verlaten wanneer zij niet beschikbaar hoeven te zijn, ondersteund door een inlegvel en intakegesprekken. Dit ontneemt de maatregel het karakter van vrijheidsontneming.
De rechtbank oordeelde echter dat de artikel 55-maatregel niet automatisch eindigt bij de procesbeslissing tot verdere afhandeling in een open opvanglocatie (OC). De maatregel houdt pas op indien deze kenbaar is gemaakt, bijvoorbeeld door een door de vreemdeling ondertekende verklaring van vrijwillig verblijf. Indien deze verklaring ontbreekt, is de voortduring van de maatregel onrechtmatig en is schadevergoeding van €40 per dag toegekend.
De beroepen van eisers werden deels gegrond verklaard voor de gevallen waarin de voortduring onrechtmatig was, en ongegrond voor de overige zaken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortduring van de artikel 55-maatregel zonder kenbaarmaking onrechtmatig is en kent schadevergoeding toe, maar wijst beroepen af waar geen onrechtmatige voortduring is vastgesteld.