ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel van toezicht wegens ontbreken grondslag openbare orde
De Staatssecretaris van Justitie legde op 2 juli 2009 aan eiser, een Somalische vreemdeling, een maatregel van toezicht op op grond van artikel 54, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij eiser zich wekelijks moest melden bij de vreemdelingenpolitie. Dit was gemotiveerd door het feit dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat had opgeleverd, waardoor de identiteit van eiser niet kon worden vastgesteld en controle in het Eurodac-systeem niet mogelijk was.
Eiser stelde dat hij de maatregel ten onrechte werd opgelegd omdat niet voldaan was aan de vereiste dat dit noodzakelijk was in het belang van de openbare orde of nationale veiligheid. Tevens voerde hij aan dat de maatregel in strijd was met artikel 11 van Pro de Grondwet en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal bleek dat de slechte kwaliteit van de vingerafdrukken niet het gevolg was van opzet of manipulatie door eiser. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke grondslag voor de maatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de maatregel van toezicht gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. Het beroep tegen de bijzondere aanwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eerst bezwaar gemaakt moest worden. De rechtbank benadrukte dat een meldplicht alleen kan worden opgelegd indien dit noodzakelijk is in het belang van de openbare orde of nationale veiligheid, hetgeen hier niet het geval was.
Uitkomst: De maatregel van toezicht werd vernietigd wegens ontbreken van een grondslag in het belang van de openbare orde of nationale veiligheid.