ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6307
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring door onjuiste processen-verbaal en schending inlichtingenplicht
Eiser was aanvankelijk in strafrechtelijke detentie tot 13 juli 2009, maar werd pas op 15 juli 2009 in vrijheid gesteld en direct in vreemdelingenbewaring genomen. De processen-verbaal van 15 en 16 juli 2009 vermeldden onterecht dat de vreemdelingenbewaring al op 13 juli 2009 was begonnen, wat in strijd was met de waarheid. De rechtbank acht aannemelijk dat deze onjuistheden opzettelijk zijn gemaakt om een niet-bestaande rechtsgrond voor de vrijheidsontneming te creëren.
Verweerder erkende de onjuistheden pas na aandringen van de gemachtigde van eiser tijdens de zitting. De rechtbank oordeelt dat verweerder ernstig tekort is geschoten in zijn plicht tot het verstrekken van juiste inlichtingen op grond van artikel 8:45 van Pro de Awb. Hierdoor is de maatregel van meet af aan onrechtmatig geweest.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €2.320,-- en tot vergoeding van proceskosten van €805,--. De overige beroepsgronden worden niet behandeld omdat het primaire geschil reeds is beslist.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vreemdelingenbewaring onrechtmatig, beveelt onmiddellijke opheffing en veroordeelt de Staat tot schadevergoeding en proceskosten.