ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inspanningsverplichting en consulaire bijstand bij vreemdelingenbewaring na inverzekeringstelling
Eiseres is op 26 juli 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld na een drie dagen durende inverzekeringstelling. Zij stelde dat verweerder zijn inspanningsverplichting had geschonden en dat haar recht op consulaire bijstand voorafgaand aan de inbewaringstelling niet was gewaarborgd. De rechtbank stelde vast dat het beleid in paragraaf A6/5.3.7.1 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000 een koppeling legt tussen strafrechtelijke detentie en de locatie waar deze plaatsvindt, en dat dit beleid niet ziet op situaties van inverzekeringstelling op een politiebureau.
De rechtbank concludeerde dat de inspanningsverplichting niet van toepassing is in de situatie van eiseres en dat verweerder haar tijdig heeft geïnformeerd over het recht op consulaire bijstand, welke zij op 27 juli 2009 heeft kunnen uitoefenen. Verder oordeelde de rechtbank dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, mede omdat eiseres verklaarde mee te willen werken aan haar uitzetting en de Mongolische autoriteiten de laissez passer-aanvraag in behandeling hebben genomen.
Ten slotte achtte de rechtbank de voortvarendheid van verweerder voldoende, ondanks onduidelijkheid over de datum van dossieroverdracht naar het detentiecentrum. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.