ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6452
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig relaas en verbeterde veiligheidssituatie in Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker afkomstig uit Khanaqin, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van noodzakelijke reispapieren en het ongeloofwaardige karakter van het asielrelaas.
De rechtbank beoordeelde of het besluit van 24 december 2008 aan de wettelijke eisen voldeed en of de staatssecretaris de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende geloofwaardige documenten over zijn reisroute had overlegd, wat toerekenbaar aan hem was. Ook ontbrak positieve overtuigingskracht in zijn relaas, mede omdat zijn verklaringen over het vrij verkrijgbaar zijn van homoseksuele films en openbaar alcoholgebruik niet strookten met het ambtsbericht over Irak.
Verder oordeelde de rechtbank dat de veiligheidssituatie in Irak, en specifiek in Khanaqin, weliswaar zorgwekkend is maar niet uitzonderlijk zodanig dat er sprake is van een reëel risico op ernstige individuele bedreiging door willekeurig geweld. Het beleid van categoriale bescherming voor Centraal-Irak was daarom terecht beëindigd. Ook het beroep op bescherming op grond van het EVRM artikel 3 werd Pro afgewezen, evenals het beroep op humanitaire gronden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een verblijfsvergunning af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 25 augustus 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op ernstige bedreiging in Irak.