ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6485
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning met verzakkingsgebreken en vergelijkingsmethode
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenwoning, stellende dat de woning gebreken vertoont zoals verzakking, klemmende deuren en optrekkend vocht, en dat vergelijkingsobjecten beter gelegen zijn met grotere oppervlakten en gunstiger uitzicht. Eiser stelde een lagere waarde van € 350.000 voor.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde van circa € 583.721 met een taxatieverslag waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast. Hierbij werden drie vergelijkbare panden geselecteerd, waarbij rekening werd gehouden met ligging, kwaliteit en onderhoud (vlokcodering). De berekening van de vierkante meterprijs werd aangepast voor de mindere staat van onderhoud van de woning.
De rechtbank oordeelde dat de gehanteerde berekeningswijze complex maar toereikend was en dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de door eiser aangevoerde factoren. De stelling van eiser dat het vloeroppervlak kleiner is, werd niet gehandhaafd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat dit te laat werd ingebracht en onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de WOZ-waarde op de waardepeildatum op juiste wijze is vastgesteld volgens de Wet WOZ.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.