ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6576
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsvergunning en oplegging dwangsom
Eiser diende op 26 mei 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen maakte eiser bezwaar, dat op 6 juni 2007 ongegrond werd verklaard. Eiser stelde vervolgens bezwaar en beroep in tegen dit besluit. De rechtbank stelde in eerdere uitspraken vast dat verweerder gehouden was alsnog op het bezwaar te beslissen, maar verweerder verklaarde het bezwaar van 21 juni 2007 niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 6 juni 2007 niet langer als een beslissing op bezwaar kan worden gezien, maar als een primaire beslissing op de aanvraag, waartegen bezwaar openstaat. Verweerder had daarom inhoudelijk op het bezwaar moeten beslissen in plaats van het niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 500 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten en als rechtspersoon aangewezen voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.