ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6925
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende persoonlijk risico en beëindiging categoriale bescherming Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de IND werd afgewezen. De rechtbank toetste of het besluit van 18 december 2008 rechtmatig was en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico liep op ernstige bedreigingen zoals foltering of onmenselijke behandeling.
De rechtbank baseerde zich op het ambtsbericht van juni 2008 waaruit bleek dat de veiligheidssituatie in Irak, inclusief Bagdad, aan het verbeteren was, en dat het geweld niet dermate hoog was om te spreken van een uitzonderlijke situatie die subsidiariteit op grond van artikel 15 van Pro de richtlijn rechtvaardigt. Eiser kon ook niet aantonen dat hij tot een kwetsbare minderheid behoorde of dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden specifiek werd bedreigd.
Verder oordeelde de rechtbank dat het beëindigen van het categoriale beschermingsbeleid voor Irak door de staatssecretaris redelijk was, mede gelet op beleidswijzigingen, ambtsberichten en de instemming van de Tweede Kamer. De rechtbank wees het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het beleid van beëindiging van categoriale bescherming voor Irak bevestigd.