ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6981
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken redelijke gronden en procedurele tekortkomingen
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 25 juni 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld zonder dat hem eerst een vordering was gedaan om een laissez passer-aanvraagformulier in te vullen, terwijl hem dit bij een vertrekgesprek op 11 juni 2009 was toegezegd. Eiser hield zich aan zijn meldplicht en werkte mee aan vertrekgesprekken, maar verweerder stelde dat eiser onvoldoende medewerking verleende en niet wilde terugkeren naar Irak.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat eiser zich aan zijn uitzetting zou onttrekken. Er waren slechts twee vertrekgesprekken gedocumenteerd, terwijl verweerder sprak over vier. Ook was niet gebleken dat er na de inbewaringstelling nog uitzettingshandelingen waren verricht. De inbewaringstelling was bovendien in strijd met de toezegging om eerst een vordering te doen.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet in redelijkheid gerechtvaardigd was en dat verweerder niet kon volhouden dat de openbare orde de maatregel vereiste. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en eiser werd een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.