ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onder toezicht stelling minderjarige wegens gedragsproblemen zonder belanghebbende vader
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige die feitelijk bij zijn moeder verblijft. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen en was op vrijwillige basis geplaatst in een tehuis, waar ook een poging werd gedaan het contact met de biologische vader te herstellen. Deze poging mislukte en leidde tot grote onrust en agressie bij de minderjarige.
Tijdens de zitting heeft de moeder zich niet verzet tegen de ondertoezichtstelling, maar wel tegen het aanmerken van de biologische vader als belanghebbende. De rechtbank overweegt dat er al jaren geen contact is tussen vader en kind, waardoor geen family life meer bestaat in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Hoewel dit op zichzelf onvoldoende is om het belanghebbendestatuut te weigeren, zijn er bijzondere omstandigheden aanwezig die dit rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het betrekken van de vader in de procedure opnieuw grote onrust bij de minderjarige zal veroorzaken. Daarom wordt de vader niet als belanghebbende aangemerkt. De ondertoezichtstelling wordt voor de periode van één jaar toegewezen en het besluit is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en de biologische vader wordt niet als belanghebbende aangemerkt.