ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7153
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering aanbod verblijfsvergunning generaal pardon wegens onvoldoende beoordeling schrijnende omstandigheden
Verzoekers, allen van Armeense nationaliteit, maakten bezwaar tegen de ambtshalve weigering van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (generaal pardon). Verweerder had het bezwaar ongegrond verklaard omdat verzoekers niet voldeden aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf in Nederland en omdat zij asiel wilden aanvragen in het buitenland.
Verzoekers voerden aan dat zij slechts tijdelijk waren vertrokken vanwege schrijnende omstandigheden, waaronder gedwongen gescheiden leven van het gezin en terreinverboden die het gezinsleven ernstig belemmerden. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder deze omstandigheden niet had meegewogen in het bestreden besluit, hetgeen in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij de beoordeling van het bezwaar ten onrechte niet alle relevante omstandigheden heeft meegewogen en dat het besluit daarom onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast wees de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening toe die verweerder verbiedt verzoekers uit te zetten totdat het nieuwe besluit is genomen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen, met een uitzettingsverbod tot die tijd.