ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7426
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang
Verzoekster, een Turkse onderdaan, vroeg op 15 december 2008 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan voor het doel arbeid als zelfstandige. Verweerder wees dit verzoek bij besluit van 14 mei 2009 af, waarna verzoekster bezwaar maakte en een voorlopige voorziening verzocht om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het besluit mocht baseren op het advies van de Minister van Economische Zaken van 28 april 2009. Dit advies concludeerde dat met de activiteiten van verzoekster geen wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend, mede omdat het ondernemingsplan summier was, er geen onderbouwing was van omzetprognoses en investeringen, en het bedrijf geen innovatieve of toegevoegde waarde bood.
Verzoekster voerde aan dat het mvv-vereiste in strijd was met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol van de Associatieovereenkomst EEG-Turkije. De voorzieningenrechter verwierp dit verweer en stelde dat het mvv-vereiste als niet zelfstandige afwijzingsgrond niet in strijd is met het protocol.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten aan een van de partijen toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.