ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening wegens ontbreken toetsing aan artikel 8 EVRM bij mvv-vereiste
Verzoekster, van Oezbeekse nationaliteit, diende een aanvraag in voor verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling werd verleend op grond van de hardheidsclausule.
Verzoekster stelde dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, omdat het gezinsleven in Nederland niet adequaat was gewogen en dat de weigering tot uitzetting zou leiden tot onbillijkheid. Verweerder stelde dat het gezinsleven in Georgië kon worden uitgeoefend en dat geen schending van artikel 8 EVRM Pro plaatsvond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit geen blijk gaf van een toetsing aan artikel 8 EVRM Pro conform het beleid en dat verweerder ter zitting bevestigde dat geen inhoudelijke toets had plaatsgevonden. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die verweerder verbood verzoekster uit te zetten totdat op het bezwaar was beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de rechtspersoon die het griffierecht vergoedt. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.