ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7693
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.T.H. Zimmerman
- A.W.C.M. van Emmerik
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens strijd met beleidsregels en onvoldoende motivering
Eiser werd op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege een gevangenisstraf voor een opiumdelict. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was tot ongewenstverklaring, maar dat het beleid zoals neergelegd in paragraaf A5/4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 onterecht en te ruim is toegepast.
De rechtbank stelt vast dat het beleid niet alleen ziet op opheffing van de ongewenstverklaring, maar ook bij oplegging kan worden betrokken. Dit beleid is echter in strijd met het uitgangspunt van de Vreemdelingenwet 2000 dat slechts in uitzonderingssituaties vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf kunnen blijven vanwege artikel 3 EVRM Pro. De enkele omstandigheid van ongewenstverklaring is onvoldoende uitzonderlijk.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser, ondanks het risico op strijd met artikel 3 EVRM Pro, ongewenst kon worden verklaard. Ook is de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro niet zorgvuldig en proportioneel gemaakt. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.