ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7974
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring en uitzetting wegens betrokkenheid Schipholbrand
Verzoeker, met Libische nationaliteit, is ongewenst verklaard en zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen. Tevens is bezwaar gemaakt tegen zijn feitelijke uitzetting. Verzoeker is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor zijn aandeel in de Schipholbrand. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker vanwege deze veroordeling geen aanspraak kan maken op het bijzondere verblijfsbeleid voor slachtoffers van de Schipholbrand, aangezien het beleid een uitzondering maakt voor verdachten.
De rechtbank stelt dat de inmenging in het gezinsleven door de ongewenstverklaring gerechtvaardigd is, omdat het staatsbelang zwaarder weegt. Er is geen objectieve belemmering voor het gezinsleven in Libië, mede omdat de partner van verzoeker vrijgesteld is van het paspoortvereiste en geen concrete feiten zijn aangevoerd die toegang tot Libië belemmeren.
Het beroep op artikel 4:84 Awb Pro faalt omdat traumatische ervaringen van verzoeker reeds in het beleid zijn verdisconteerd. Verzoeker kan bij noodzakelijkheid een verzoek indienen tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De rechtbank concludeert dat er geen nieuwe feiten zijn die een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Libië aannemelijk maken. Alle verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.
Uitkomst: Alle verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen ongewenstverklaring, afwijzing verblijfsvergunning en uitzetting zijn afgewezen.