ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Premieplicht volksverzekeringen van rijnvarende op grond van Verdrag rijnvarenden
Eiseres was in 2005 werkzaam als stuurman op een binnenvaartschip en stelde zich op het standpunt dat zij uitsluitend onderworpen was aan de Luxemburgse sociale zekerheidswetgeving op grond van het Verdrag rijnvarenden. De inspecteur legde echter een aanslag op voor Nederlandse premies volksverzekeringen. De rechtbank overwoog dat het Verdrag rijnvarenden voorrang heeft boven de Verordening 1408/71 en dat de sociale verzekeringsplicht moet worden vastgesteld volgens artikel 11 van Pro dat verdrag.
De kernvraag was of het schip behoort tot de onderneming van de Luxemburgse sarl ([D] Sarl) waarbij eiseres in dienst was. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat [D] Sarl het schip exploiteert of beslissingsbevoegd is over het technische en commerciële management van het schip. De eigenaar van het schip, [Y], werd daarom als exploitant aangemerkt.
Verder werd een eventuele verklaring E-106, afgegeven op grond van Verordening 1408/71, niet relevant geacht omdat de verzekeringsplicht volgens het Verdrag rijnvarenden moet worden beoordeeld. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij is premieplichtig in Nederland.