ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Aarts
- E.M. Valk
- J.J. van der Helm
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid wijziging tariefsstructuur vastrecht door Duinwaterbedrijf Zuid-Holland
De zaak betreft een geschil tussen meerdere woningcorporaties en Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH) over de rechtmatigheid van een wijziging in de tariefsstructuur voor het vastrecht bij centraal bemeterde wooncomplexen. De woningcorporaties vorderen onder meer een verklaring voor recht dat DZH slechts per centrale watermeter vastrecht mag heffen en dat de wijziging onredelijk, onaanvaardbaar en onrechtmatig is. Tevens vorderen zij terugbetaling van teveel betaalde bedragen.
De rechtbank stelt vast dat DZH op grond van haar algemene voorwaarden bevoegd is om zowel de hoogte als de structuur van het vastrecht te wijzigen. De wijziging is gerechtvaardigd door bedrijfseconomische en financiële argumenten, waaronder de veranderde verhouding tussen vaste kosten en inkomsten en het streven naar harmonisatie en gelijke behandeling van gebruikers binnen het verzorgingsgebied. De rechtbank volgt het oordeel van het hof in een vergelijkbare zaak met Evides, dat de wijziging redelijk en billijk is.
De woningcorporaties konden onvoldoende aantonen dat de wijziging onredelijk of onrechtmatig is. Argumenten zoals lagere kosten bij centraal bemeterde complexen, draagkracht van bewoners, en dubbele kosten voor hydrofoorinstallaties wegen niet zwaar genoeg. Ook de vorderingen met betrekking tot de precarioheffing worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank wijst alle vorderingen af en veroordeelt de woningcorporaties in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de woningcorporaties af en bevestigt de rechtmatigheid van de wijziging van de tariefsstructuur door Duinwaterbedrijf Zuid-Holland.