ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9000
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij behandeling verzoek artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn bewaring, nadat eerdere procedures dit hadden bevestigd. Hij stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend is in de behandeling van zijn verzoek om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank overweegt dat hoewel eerder is geoordeeld dat de maatregel van bewaring rechtmatig is, de voortzetting ervan nu getoetst wordt aan de redelijkheid en voortvarendheid van de behandeling van het verzoek. Verweerder kon niet aangeven in welk stadium het verzoek zich bevindt en gaf geen indicatie van een beslissingstermijn.
De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende heeft gedaan om de duur van de bewaring te beperken en dat het beroep gegrond is. De bewaring wordt onmiddellijk opgeheven. Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.040 wegens onrechtmatige voortzetting van de bewaring vanaf de datum van het beroepschrift. Ook worden proceskosten van €644 toegewezen, te betalen door de griffier.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, onmiddellijke opheffing bewaring en toekenning schadevergoeding.