ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9690
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende waarborg tijdige terugkeer
Eiseres, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken en een inburgeringscursus te volgen. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres tijdig zou terugkeren naar Azerbeidzjan of een derde land. Eiseres stelde dat haar terugkeer gewaarborgd was, mede op grond van de Verblijfsrichtlijn en haar inschrijving voor een inburgeringscursus.
De rechtbank oordeelde dat terugkeer naar het land van herkomst of een derde land (niet zijnde een Schengenland) gewaarborgd moet zijn bij een eenvormig Schengenvisum. Het beoogd langer verblijf in Nederland vormt een contra-indicatie, hoewel geen sterke omstandigheid. De geringe sociale en economische binding van eiseres met Azerbeidzjan en het feit dat zij haar baan had opgezegd, versterkten het vermoeden dat terugkeer niet gewaarborgd was.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het argument dat de relatie met de referent instrumenteel was. Ook het late indienen van het verweerschrift leidde niet tot gevolgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.