ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.C.M. van Emmerik
- J.T.H. Zimmerman
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip asielaanvraag en beoordeling verblijfsvergunning op grond van humanitaire redenen
Eisers, Koptische christenen uit Egypte met in Nederland geboren kinderen, dienden in 1997 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder stelde dat deze aanvraag niet als een asielaanvraag in de zin van de Regeling kon worden beschouwd, waardoor eisers niet in aanmerking kwamen voor de Regeling die alleen geldt voor asielaanvragen vóór 1 april 2001.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'asielaanvraag' niet eenduidig is gedefinieerd in de Regeling of Vreemdelingenwet en dat ten tijde van de aanvraag in 1997 asielgerelateerde aspecten ook bij humanitaire aanvragen werden betrokken. Daarom kwalificeert de aanvraag als een asielaanvraag in de zin van de Regeling. Tevens constateerde de rechtbank dat de brief van 21 februari 2007 van de minister nieuw beleid bevatte dat een wijziging van recht vormt ten opzichte van eerdere besluiten.
Verweerder had de aanvragen afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het nieuwe beleid een relevante wijziging van recht is, waardoor artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing is. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en tot vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van verweerder en beveelt een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.