ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9701
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij functietoewijzing en bevordering adjudant-onderofficier
Verzoeker, een adjudant-onderofficier bij de Koninklijke Landmacht, solliciteerde op 16 juni 2009 naar een vacature voor de functie van Plaatsvervangend hoofd sectie S1 bij de 43 Gemechaniseerde brigade, waaraan de rang van luitenant is verbonden. Op of omstreeks 17 juni 2009 werd hem mondeling medegedeeld dat de functie niet aan hem zou worden toegewezen. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit om verzoeker de functie niet toe te wijzen gelijkgesteld kan worden aan een besluit in de zin van artikel 8:1, tweede lid, Awb. Verweerder kon geen bewijs leveren van een bekend beleid of bestendige gedragslijn die uitsluiting van adjudanten rechtvaardigt, ondanks dat de vacature op 10 juni 2009 was gepubliceerd zonder dergelijke restricties. Verzoeker betwistte dat er sprake was van beleid en voerde aan dat hij in de eerste sollicitatieronde had moeten worden meegenomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder op grond van artikel 19 AMAR Pro bevoegd is tot functietoewijzing, maar dat het besluit om verzoeker uit te sluiten niet gerechtvaardigd was. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en werd verweerder verplicht de tweede sollicitatieprocedure te bevriezen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om verzoeker de geambieerde functie niet toe te wijzen wordt geschorst en de tweede sollicitatieprocedure wordt bevroren tot zes weken na de beslissing op bezwaar.