ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0214
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering bijzondere omstandigheden
Eiser, een Iraakse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (WBV 2007/11). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet ononderbroken sinds 1 april 2001 in Nederland verbleef, mede omdat hij een asielaanvraag in het Verenigd Koninkrijk had ingediend. Tevens stelde verweerder dat artikel 4:84 Awb Pro alleen van toepassing is bij bijzondere omstandigheden die leiden tot het niet voldoen aan één van de voorwaarden in de WBV 2007/11, hetgeen volgens verweerder niet het geval was bij eiser.
Eiser voerde aan dat hij vanwege medische verzorging naar het Verenigd Koninkrijk was vertrokken en in Nederland geen opvang meer kreeg, en dat zijn langdurig verblijf en opgebouwde banden in Nederland bijzondere omstandigheden vormden. De rechtbank oordeelde dat verweerder een te beperkte uitleg gaf aan artikel 4:84 Awb Pro en alle bijzondere omstandigheden, ook die niet direct betrekking hebben op het niet voldoen aan de voorwaarden, meegewogen moeten worden. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de bijzondere omstandigheden van eiser niet tot een ander besluit leidden.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder het horen van eiser in de bezwaarprocedure had moeten verzorgen, wat essentieel is volgens de jurisprudentie. Het besluit was daarom in strijd met de zorgvuldigheidseisen en ontbeerde een draagkrachtige motivering. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van bijzondere omstandigheden en het hoorrecht.