ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0255
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verlenging verblijfsvergunning studie
Eiser, een Surinaamse student met een verblijfsvergunning voor studie Biologie aan een Amsterdamse hogeschool, vroeg verlenging van zijn verblijfsvergunning. Verweerder weigerde deze omdat eiser zijn maximale studieduur van zes jaar had bereikt, conform het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank oordeelde dat dit beleid in strijd is met de Europese Studierichtlijn 2004/114/EG en daarom onverbindend is. De voorwaarde van maximale studieduur mocht eiser niet worden tegengeworpen. Tevens werd geoordeeld dat de motivering van verweerder dat geen inmenging in het gezinsleven plaatsvond niet deugdelijk was, in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser onvoldoende studievoortgang had geboekt, hetgeen een geldige grond is voor weigering volgens artikel 12 lid 2 sub b van Pro de Studierichtlijn. De belangenafweging inzake artikel 8 EVRM Pro werd als rechtmatig beoordeeld. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.