ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0384

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
346507 / KG ZA 09-1167
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.Th. Nijhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 RvEG-verordening nr. 805/2004
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing geldvordering en proceskostenveroordeling in kort geding

In deze zaak heeft eiser een geldvordering ingesteld tegen gedaagde, waarbij gedaagde niet is verschenen tijdens de zitting van 14 oktober 2009. Tegen gedaagde is verstek verleend. De voorzieningenrechter beoordeelde de vordering en oordeelde dat deze noch onrechtmatig noch ongegrond was.

De voorzieningenrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van €1.000.000, vermeerderd met een contractuele rente van 8% vanaf 1 juli 2009 tot volledige betaling. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten, begroot op €8.056,33, inclusief advocaatkosten, griffierecht, dagvaardingskosten en beslagkosten, met wettelijke rente vanaf 15 oktober 2009.

Daarnaast werd het vonnis waarmerkt als een Europese executoriale titel conform EG-verordening nr. 805/2004. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter M.Th. Nijhuis op 15 oktober 2009.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.000.000 met rente en proceskosten na verstekverlening.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 15 oktober 2009,
gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 346507 / KG ZA 09-1167 van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
advocaat mr. P.F. van Esseveldt te Zeist,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Modulus Vastgoedondernemingen B.V.,
statutair gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudende te Rijswijk,
gedaagde,
niet verschenen.
1. De procedure
Eiser heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 14 oktober 2009 bij de daarin opgenomen eis volhard. In de dagvaarding is onder verwijzing naar artikel 63 Rv Pro als betekeningsadres vermeld het kantoor van mr. E. Poelenije, advocaat te Enschede. Ter zitting is overgelegd een e-mail van 28 augustus 2009 van mr. Poelenije aan mr. Van Esseveldt waarin staat vermeld dat mr. Van Esseveldt de dagvaarding op zijn kantoor kan laten betekenen.
Gedaagde is dan ook behoorlijk opgeroepen tegen de terechtzitting van 14 oktober 2009, maar zij is daar niet verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend.
2. De beoordeling van het geschil
2.1. De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom –op de wijze zoals hierna vermeld– toegewezen.
2.2. Eiser heeft verzocht om waarmerking van dit vonnis als Europese executoriale titel. Dit verzoek is toewijsbaar. De voorzieningenrechter zal daarom het door EG-verordening nr. 805/2004 voorgeschreven formulier afgeven.
2.3. De wettelijke rente over de proceskostenveroordeling wordt toegewezen vanaf de datum van het vonnis.
2.4. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt gedaagde om binnen 3 dagen na de betekening van dit vonnis aan eiser te betalen een bedrag van € 1.000.000,– vermeerderd met de contractuele rente van 8% op jaarbasis vanaf 1 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van eiser begroot op € 8.056,33, waarvan € 527,-- aan salaris advocaat, € 4.938,-- aan griffierecht, € 72,25 aan dagvaardingskosten en € 2.519,08 aan beslagkosten (inbegrepen het daarop betrekking hebbende salaris advocaat), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2009 tot de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2009.
mb