ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0429

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
5 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/420082-09
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 45 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 302 lid 1 SrArt. 141 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij geweldpleging

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een jeugdstrafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van geweld tegen een weerloos slachtoffer op of omstreeks 21 maart 2009. Verdachte werd primair beschuldigd van poging tot doodslag, subsidiair van poging tot zwaar lichamelijk letsel, en meer subsidiair van openlijke geweldpleging in vereniging.

Tijdens de terechtzitting met gesloten deuren op 21 september 2009, waarbij ook zaken van vier medeverdachten werden behandeld, werd het bewijs onderzocht. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte strafbare betrokkenheid had gehad bij de gewelddadigheden jegens het slachtoffer.

De officier van justitie en de raadsman van verdachte waren het eens met deze conclusie. Op 5 oktober 2009 sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd gewezen door drie kinderrechters en de griffier, waarbij de rechtbank benadrukte dat onvoldoende bewijs bestond voor een veroordeling.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de gewelddadigheden.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector strafrecht
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer 09/420082-09
Rolnummer 0006
(Verkort vonnis)
De rechtbank ’s-Gravenhage, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte B],
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],
adres: [adres].
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 21 september 2009, waarbij de zaken van vier medeverdachten tegelijkertijd zijn behandeld.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. P.J.W. de Water, advocaat te Katwijk ZH, is verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr. A.M.A. Keulen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder primair, subsidiair en meer subsidiair ten lastegelegde wordt vrijgesproken.
De tenlastelegging.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 maart 2009 te [P] ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of
anderen, althans alleen, opzettelijk [X] van het leven te beroven, met
dat opzet,
terwijl verdachte (weerloos) op de grond ligt, met kracht
- tegen en/of op het hoofd heeft geschopt en/of getrapt en/of
- in de buik, althans tegen het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt, terwijl
de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 287 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een
veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 maart 2009 te [P] ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [X],
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet
terwijl verdachte weerloos op de grond ligt, met kracht
- tegen en/of op het hoofd heeft geschopt en/of getrapt en/of
- in de buik, althans tegen het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt, terwijl
de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of
een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 maart 2009 te [P] met een ander of anderen, op of
aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg,
openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [X], welk geweld
bestond uit
- op en/of tegen het hoofd schoppen en/of trappen (terwijl die [X] weerloos
op de grond ligt) en/of
- in de buik en/of tegen de rug en/of tegen de/een be(e)n(en) schoppen en/of
trappen (terwijl die [X] weerloos op de grond ligt) en/of
- in tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd stompen en/of slaan en/of
- het duwen van die [X] en/of
- het tackelen van die [X], tengevolge waarvan die [X] ten val komt;
art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
Vrijspraak.
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding onder primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende kan worden aangetoond dat verdachte strafbare betrokkenheid heeft gehad bij de gewelddadigheden jegens het slachtoffer.
Beslissing.
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem bij dagvaarding onder primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E. Timmermans, kinderrechter, voorzitter,
mr. drs. S.M. Borkent, kinderrechter,
en mr. M.C. Bruining, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. T.B. van Amen, griffier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 oktober 2009.