ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0585
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs moordzaak Gouda
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van moord op 24 december 2008 in Gouda. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 15 jaar, gebaseerd op getuigenverklaringen, bedreigingen, en verdachte's aanwezigheid nabij de plaats delict.
Het bewijs bestond voornamelijk uit getuigenverklaringen, waaronder vijf de-auditu verklaringen afkomstig uit een gebruikersmilieu, en verklaringen van verdachte zelf. Direct forensisch bewijs ontbrak, het wapen werd niet gevonden en de kogel die werd aangetroffen kon niet onomstotelijk aan verdachte worden gekoppeld.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaringen waren grotendeels indirect, afkomstig uit één bron, en beïnvloed door geruchten en speculaties. Verdachte's verklaring dat hij slechts over geruchten sprak en niet een bekentenis deed, kon niet worden uitgesloten.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van moord wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Wel werd een kogel, aangetroffen in de buurt van het delict, onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor moord.