ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot heraanbesteding wegens ontbreken verboden vooroverleg bij levering Wmo-hulpmiddelen
De gemeente organiseerde een Europese aanbestedingsprocedure voor de levering van Wmo-hulpmiddelen, waarbij Welzorg met onderaannemer Harting-Bank en Emcart inschreven. Welzorg stelde dat verboden vooroverleg had plaatsgevonden tussen Harting-Bank en Emcart, waardoor de inschrijving van Emcart ongeldig zou zijn. Welzorg baseerde dit op verklaringen over contacten en uitgewisselde informatie voorafgaand aan de inschrijving.
Tijdens het kort geding en het voorlopig getuigenverhoor ontkenden betrokkenen de stellingen van Welzorg. Er werd vastgesteld dat de contacten beperkt en niet inhoudelijk waren, en dat er geen bewijs was van afstemming die de mededinging zou beperken. Ook het geringe prijsverschil tussen de inschrijvingen werd niet als bewijs voor verboden overleg gezien.
De rechtbank oordeelde dat Welzorg onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van verboden vooroverleg of mededingingsbeperkende gedragingen. Welzorgs vorderingen tot staken van de aanbesteding en heraanbesteding werden afgewezen. Emcart werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen de gemeente wegens gebrek aan belang. Welzorg werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Welzorg tot staken en heraanbesteding worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verboden vooroverleg.