ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0998
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- G.D. de Jong
- S.W.S. Kiliç
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering BMA-adviezen over beschikbaarheid medische behandeling in Ghana
Eiser, een Ghanese vreemdeling met hiv, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'medische behandeling' die jaarlijks werd verlengd tot 1 april 2007. Hij vroeg wijziging naar 'voortgezet verblijf'. Verweerder stelde de ingangsdatum van de nieuwe vergunning vast op 8 augustus 2008, gebaseerd op adviezen van het Bureau Medisch Advisering (BMA).
Eiser voerde aan dat de BMA-adviezen onvoldoende rekening hielden met cijfers van UNAIDS waaruit blijkt dat slechts een klein percentage van aidspatiënten in Ghana daadwerkelijk wordt behandeld, wat duidt op onvoldoende beschikbaarheid van behandeling. Eiser stelde dat de cijfers van UNAIDS wel degelijk relevant zijn, en verweerder had dit niet adequaat gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser concrete aanknopingspunten had geleverd die twijfel zaaiden over de juistheid van de BMA-adviezen. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de UNAIDS-cijfers niet werden betrokken bij de beoordeling van de medische beschikbaarheid in Ghana. Daarom kon verweerder de BMA-adviezen niet aan het besluit ten grondslag leggen.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de ingangsdatum van de vergunning betreft en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.