ECLI:NL:RBSGR:2009:BK1030
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige niet-ontvankelijkverklaring bezwaar ongewenstverklaring en verblijfsvergunning
Eiser, een asieluitgeprocedeerde vreemdeling uit Somalië, is op 7 juli 2006 ongewenst verklaard en diende een bezwaar in tegen het niet ambtshalve verlenen van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet.
Verweerder wees het bezwaar ongegrond omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf en geen belang had bij de procedure zolang de ongewenstverklaring voortduurde. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat de ongewenstverklaring reeds bestond ten tijde van het primaire besluit.
De rechtbank stelt vast dat de brief van verweerder waarin uitzetting tijdelijk werd opgeschort wegens gezondheidstoestand van eiser, niet gelijkstaat aan opheffing van de ongewenstverklaring en dus geen rechtmatig verblijf oplevert. De praktische overwegingen van verweerder dat een vergunning op grond van de Regeling mogelijk is ondanks ongewenstverklaring, scheppen geen procesbelang in deze verblijfsprocedure.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, waarbij zij verweerder veroordeelt tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.