ECLI:NL:RBSGR:2009:BK1154
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen tariefmaatregel Minister voor korting ggz-budgetten
In deze zaak vorderen GGZ-instellingen (GGZ c.s.) dat de Minister wordt verboden de aanwijzing van 22 juli 2009 te effectueren, waarbij een korting op het budget van ggz-instellingen wordt opgelegd om een structurele besparing van €119 miljoen te realiseren. De Minister baseert deze maatregel op een overschrijding van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) in de ggz-sector, vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
GGZ c.s. betogen dat de overschrijding onvoldoende is onderbouwd, dat de maatregel leidt tot onevenwichtige en niet-kostendekkende tarieven en dat de tariefkorting onverenigbaar is met het zorgverzekeringsstelsel. De Staat verdedigt de maatregel als een noodzakelijke en wettelijk toegestane ingreep om de kosten van de gezondheidszorg te beheersen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgerlijke rechter slechts kan ingrijpen indien de maatregel onmiskenbaar onverbindend is. De berekeningsmethodiek van de Staat wordt gevolgd, waarbij de overschrijding van het BKZ-cijfer voldoende aannemelijk is. Hoewel de maatregel invloed kan hebben op de zorgkwaliteit, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de zorg daardoor niet meer verantwoord kan worden geleverd. De tariefmaatregel past binnen de wettelijke bevoegdheden van de Minister en de NZa.
Daarom wordt de vordering afgewezen en worden GGZ c.s. en de gevoegde partij NVvP veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de ruime beleidsvrijheid van de overheid bij kostenbeheersing in de zorg en de terughoudendheid van de rechter bij toetsing van dergelijke maatregelen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de tariefkorting op het ggz-budget als rechtmatig.