* Partijen zijn gehuwd op [datum] 2004 te [plaats A] (Verenigde Staten van Amerika).
* Na het huwelijk zijn partijen in [plaats A] gaan wonen.
* De vrouw staat sedert [datum] 2007 ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente [plaats B].
* Op 25 juli 2007 heeft de vrouw bij de rechtbank te Rotterdam een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend.
* Dit echtscheidingsverzoek is betekend aan het adres [B] te [plaats B], op welk adres de man sedert 25 januari 2001 staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
* Op 14 augustus 2007 heeft de vrouw bij de rechtbank te Rotterdam een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingediend. Dit verzoek is betekend aan het adres van de man te [plaats A].
* Blijkens de door de vrouw overgelegde brief d.d. 3 september 2007 aan de rechtbank Rotterdam heeft mr. L.S. Timmermans zich namens de man gesteld in zowel de echtscheidingsprocedure als de voorlopige voorzieningenprocedure met de vermelding dat zij noch de man stukken van de rechtbank heeft ontvangen en dat zij graag een afschrift van de ingediende verzoekschriften ontvangt. Tevens is in deze brief het adres van de man te [plaats A] vermeld.
* Op 19 september 2007 hebben de man en de vrouw een convenant gesloten. In dit convenant is onder meer het volgende opgenomen:
3. Het huwelijk is duurzaam ontwricht op grond waarvan de man en vrouw voornemens zijn de Nederlandse en/of Amerikaanse Rechtbank te verzoeken de echtscheiding uit te spreken. Partijen beogen de gevolgen van een voorgenomen scheiding door middel van mediation met elkaar te regelen.
[...]
7.3 Lopende procedures
Op dit moment zijn verschillende juridische procedures tussen partijen aanhangig (voorlopige voorzieningen bij de Rechtbank Rotterdam: 289726/F2 RK 07- 1871; Centrale Autoriteit te Den Haag: IKO 07/0095). Partijen zullen in elk geval voormelde voorlopige voorzieningen procedures terzake [C] aanhangig in Nederland en/of in de USA omgaand intrekken. De man zal voormelde Haagse Conventie (1980) zaak intrekken.
* Tussen de man en de vrouw hebben mediationgesprekken plaatsgevonden van begin oktober 2007 tot begin juni 2008.
* Bij beschikking d.d. 10 december 2007 heeft de rechtbank Rotterdam de echtscheiding tussen partijen uitgesproken onder toewijzing van de door de vrouw verzochte nevenvoorzieningen. Blijkens deze beschikking is de man niet in de procedure verschenen. De advocaat van de man is niet in deze beschikking vermeld.
* De vrouw heeft de echtscheidingsbeschikking aan de man laten betekenen op 30 juni 2008 op het adres [B] te [plaats B].
* Op 7 juli 2008 is de echtscheidingsbeschikking gepubliceerd in de Staatscourant, met de vermelding dat beide partijen in [plaats B] wonen.
* Deze beschikking is op 22 december 2008 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, onder aktenummer [Z] van het jaar 2008.
* De man heeft eerst in maart 2009 kennis genomen van de echtscheidingsbeschikking, nadat zijn advocaat bij de rechtbank Rotterdam navraag had gedaan naar de stand van zaken in de echtscheidingsprocedure.
* Op 20 maart 2009 heeft de rechtbank Rotterdam een afschrift van de echtscheidingsbeschikking verzonden aan de advocaat van de man.
* De man heeft op 26 mei 2009 ter sauvering van de appeltermijn alsnog appel ingesteld tegen de echtscheidingsbeschikking voor het geval in onderhavige procedure wordt beslist dat de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking dient te worden doorgehaald.