ECLI:NL:RBSGR:2009:BK1399
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing geloofwaardigheid asielaanvraag op grond van homoseksualiteit uit Pakistan
Verzoeker, een Pakistaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op zijn homoseksualiteit en het gevaar dat hij bij terugkeer in Pakistan zou lopen. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat het asielrelaas ongeloofwaardig was vanwege het ontbreken van reisdocumenten, onvoldoende onderbouwing van zijn seksuele geaardheid, en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom het relaas ongeloofwaardig zou zijn. Verzoeker had een langdurige relatie met zijn vriend en was betrapt tijdens seksuele handelingen, waarna familieleden geweld tegen hem pleegden. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met culturele en persoonlijke omstandigheden, zoals het ontbreken van een 'uit de kast komen' fase en de reactie van verzoekers vader.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.