ECLI:NL:RBSGR:2009:BK1762
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige doorzoeking kamer in vreemdelingenbewaring leidt tot opheffing bewaring en schadevergoeding
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld en stelt dat hij alleen mondeling toestemming heeft gegeven aan een verbalisant om zijn kamer binnen te treden voor het ophalen van kleding, niet voor een doorzoeking. Verweerder kon niet aantonen dat na het binnentreden geen handelingen zonder toestemming zijn verricht. Uit stukken blijkt dat verbalisanten op gezag van een collega de kamer zijn binnengegaan en documenten, waaronder paspoorten, hebben meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat het binnentreden en de daaropvolgende doorzoeking onrechtmatig zijn, omdat niet is voldaan aan de vereisten van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) en omdat de toestemming niet schriftelijk was vastgelegd en niet duidelijk was aan de verbalisanten. Dit leidt tot een schending van het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De belangenafweging gaat in het voordeel van eiser uit, omdat hij ernstig in zijn belangen is geschaad. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, acht de bewaring onrechtmatig vanaf het begin, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe van €1.730,-. Daarnaast worden de proceskosten van €644,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige doorzoeking en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.730,- toegekend.