ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2126
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf in afwachting gratiebeslissing
Eiser is bij arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, wegens overtreding van strafrechtelijke bepalingen. Na een fout van Justitie is eiser abusievelijk te vroeg in vrijheid gesteld, waarna hij een gratieverzoek indiende met het verzoek om opschorting van de resterende strafuitvoering. De voorzieningenrechter stelt vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn persoonlijke omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het gratieverzoek op grond van de Gratiewet kan worden toegewezen.
Het gerechtshof had eerder geadviseerd om de resterende straf om te zetten in een werkstraf vanwege de gewijzigde gezinssituatie en werk van eiser, maar de minister wees het gratieverzoek af, stellende dat de ernst van de gepleegde feiten en het strafvorderlijk belang zwaarder wegen. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende gemotiveerd heeft waarom het gratieverzoek niet wordt gehonoreerd en dat de opschorting van de tenuitvoerlegging niet gerechtvaardigd is.
Hoewel de detentie van eiser in de huidige gezinssituatie onwenselijk is, acht de rechtbank de voortzetting van de strafuitvoering noodzakelijk. De rechtbank veroordeelt de Staat in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf in afwachting gratiebeslissing wordt afgewezen.