ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2231
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoekster heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd, die door de staatssecretaris van Justitie op 25 mei 2009 is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt, maar de werking van het besluit is niet opgeschort. Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de behandeling van het bezwaar in Nederland af te mogen wachten.
De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat het enkel feit dat het besluit voor uitvoering vatbaar is, geen spoedeisend belang oplevert.
Verzoekster slaagt er niet in aannemelijk te maken dat binnen korte termijn uitzetting zal plaatsvinden of dat er andere redenen zijn voor spoedeisend belang. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak wordt gedaan zonder zitting en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.