ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2304
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzet tegen onbevoegdheidsverklaring inzake herzieningsverzoek bestuursrechtelijke uitspraak
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzetprocedure tegen haar uitspraak van 11 augustus 2009, waarin zij zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van een verzoek tot herziening van een uitspraak van 29 juni 2009. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om herziening niet kon worden behandeld omdat het was ingediend terwijl tegen de aangevallen uitspraak nog hoger beroep openstond bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Opposant voerde in verzet aan dat de uitspraak inmiddels onherroepelijk was geworden door de uitspraak van de Afdeling op 27 juli 2009 en dat de gronden van het herzieningsverzoek overeenkwamen met die van het hoger beroep. De rechtbank stelde echter dat het moment van ontvangst van het herzieningsverzoek bepalend is en dat herziening niet mogelijk is zolang hoger beroep openstaat, ook als inmiddels uitspraak is gedaan in hoger beroep.
De rechtbank benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening een buitengewoon rechtsmiddel is, dat terughoudend moet worden toegepast en niet kan worden gebruikt om gronden aan te voeren die reeds in hoger beroep aan de orde konden komen. Het verzet richtte zich slechts op de vraag of de rechtbank terecht tot vereenvoudigde behandeling was overgegaan en concludeerde dat de rechtbank terecht haar onbevoegdheid had vastgesteld.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de uitspraak van 11 augustus 2009 in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdheidsverklaring van de rechtbank wordt ongegrond verklaard.