ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3143
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling met de Georgische nationaliteit, is bij besluit van 15 juni 2009 ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie. Verzoeker heeft hiertegen op 30 juni 2009 bezwaar gemaakt, maar de werking van het besluit werd hierdoor niet opgeschort. Daarom heeft verzoeker bij de voorzieningenrechter een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring op te schorten en de beslissing op het bezwaar in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de termijn waarbinnen verweerder moest beslissen ruimschoots is verstreken en dat er geen zwaarwegende belangen zijn die zich verzetten tegen het treffen van de voorziening. Verzoeker heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van het verzoek. Verweerder gaf aan vertraging te ondervinden door achterstanden in bezwaarprocedures, zonder concrete termijn voor besluitvorming te kunnen geven.
Na belangenafweging concludeert de rechtbank dat het verzoek gegrond is en wijst de voorlopige voorziening toe zonder toepassing van artikel 8:83, eerste lid, van de Awb. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. C.W. Rang op 3 november 2009 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst.