ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3516
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning voortgezet verblijf na vernietiging eerdere besluiten
Eiseres, van Angolese nationaliteit, diende op 29 december 2004 een aanvraag in om de beperking van haar verblijfsvergunning te wijzigen van 'verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling' naar 'voortgezet verblijf'. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 6 juli 2005 af. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de daaropvolgende besluiten. De rechtbank verklaarde eerder de beroepen gegrond en vernietigde de bestreden besluiten, waarbij verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Ondanks deze uitspraken bleef verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaren, zonder een deugdelijke motivering te geven. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 19 januari 2009 onvoldoende gemotiveerd was en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat verweerder geen hoger beroep had ingesteld tegen eerdere uitspraken, werd aangenomen dat er geen ruimte meer was om anders te besluiten dan de aanvraag van eiseres te honoreren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 6 juli 2005. Vervolgens bepaalde zij dat verweerder aan eiseres de gevraagde verblijfsvergunning met de beperking 'voortgezet verblijf' verleent met ingang van 29 december 2004. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt verlening van de verblijfsvergunning voortgezet verblijf met ingang van 29 december 2004.