ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3936
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijf als EU-burger afgewezen wegens onjuiste toepassing bestaansmiddelencriterium
Eiseressen, moeder en dochter met de Roemeense nationaliteit, vroegen om een verblijfsdocument als EU-burgers op grond van richtlijn 2004/38/EG. Verweerder wees de aanvragen af omdat eiseressen niet voldeden aan het minimumbedrag aan bestaansmiddelen volgens de Wet werk en bijstand. Eiseressen stelden dat zij werden onderhouden door hun partner/vader en niet ten laste kwamen van de openbare kas, wat zij ondersteunden met loonstroken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet heeft gehoord op het bezwaar, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Volgens artikel 8, vierde lid, van de richtlijn moet bij de beoordeling van toereikende bestaansmiddelen rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden, en mag niet een absoluut minimumbedrag worden gehanteerd.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en de richtlijn, en droeg verweerder op nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door mr. drs. J.H. van Breda op 4 november 2009.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd met opdracht tot nieuwe besluitvorming.