ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3986
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling vervangende hechtenis wegens correcte uitvoering CJIB
Eiseres is veroordeeld tot een gevangenisstraf en schadevergoedingsmaatregelen, waarvan zij sinds 31 augustus 2009 vervangende hechtenis ondergaat. Zij verzocht het CJIB om een overzicht van incasso-acties, waarop het CJIB verklaarde dat brieven via een geautomatiseerd systeem zijn verzonden, maar retour kwamen wegens onbekend adres. Eiseres betwistte ontvangst en stelde dat het CJIB haar adres in Duitsland had moeten verifiëren.
De rechtbank oordeelt dat het CJIB conform de Aanwijzing Executie heeft gehandeld, waaronder het verzenden van aanschrijvingen en adresverificatie voordat een zaak in het opsporingsregister wordt opgenomen. Aangezien eiseres geen bekende woonplaats in Nederland heeft en geen contact heeft gezocht met het CJIB, is het opnemen in het opsporingsregister gerechtvaardigd.
Eiseres' financiële onvermogen om het bedrag ineens te voldoen is geen reden voor onmiddellijke invrijheidstelling. Het CJIB heeft beleidsvrijheid om geen betalingsregelingen te treffen na opname in het opsporingsregister. De vordering wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen omdat het CJIB correct heeft gehandeld volgens de Aanwijzing Executie.