ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4194
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere aanwijzing in vreemdelingenrecht wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie om bezwaar tegen een bijzondere aanwijzing niet-ontvankelijk te verklaren. De bijzondere aanwijzing verplicht eiser zich te onthouden van handelingen die de kwaliteit van zijn dactyloscopisch signalement kunnen verslechteren. De rechtbank oordeelt dat deze aanwijzing een rechtens relevante handeling is en onder artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 valt.
De rechtbank overweegt dat de bijzondere aanwijzing verder ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer dan de algemene verplichting tot het afnemen van vingerafdrukken. Tevens is het niet naleven strafbaar gesteld. De rechtbank stelt vast dat de niet-ontvankelijkverklaring onjuist is, omdat rechtsbescherming bij de vreemdelingenrechter open moet staan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de bijzondere aanwijzing op grond van artikel 4.45 Vreemdelingenbesluit 2000 niet-ontvankelijk is verklaard en herroept deze aanwijzing. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €322. Het beroep is ongegrond voor zover het betrekking heeft op de aanwijzing krachtens artikel 3.109 Vb 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de bijzondere aanwijzing op grond van artikel 4.45 Vreemdelingenbesluit 2000, het bestreden besluit wordt vernietigd en de aanwijzing herroepen.