ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4199
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen voortduren vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling
De Staatssecretaris van Justitie legde op 5 augustus 2009 aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel op op grond van artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd een meldplicht opgelegd op grond van artikel 54, eerste lid, aanhef en onder f, van dezelfde wet. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat buiten de wettelijke beroepstermijn van vier weken werd ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de maatregel op grond van artikel 54 niet Pro-ontvankelijk is en als bezwaar moet worden behandeld. Het beroep tegen de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel was eveneens niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden. Wel kon het beroep worden aangemerkt als een beroep tegen het voortduren van de maatregel.
De rechtbank overwoog dat de maatregel in redelijkheid langer mocht voortduren dan de beleidsmatige termijn van twaalf weken, gelet op de belangenafweging en het risico op onttrekking aan toezicht. De omstandigheid dat geen handelingen ter uitzetting waren verricht deed hieraan niet af. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het voortduren van de maatregel ongegrond verklaard.