ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4412
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voortzetting vergoeding en handel allergeenproducten Purethal Pollen Berk en Bomen
HAL Allergy Benelux B.V. vordert dat de Staat wordt bevolen de handel en vergoeding van haar allergeenproducten Purethal Pollen Berk en Bomen voort te zetten totdat onherroepelijk is beslist op de registratieaanvragen en daaropvolgende aanvragen tot opname in het Geneesmiddelen Voorzieningensysteem (GVS).
De producten waren oorspronkelijk vrijgesteld van registratieplicht, maar deze uitzondering verviel in 1993. HAL heeft tijdig registratieaanvragen ingediend, maar het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) heeft de aanvraag voor uitbreiding van toepassing bij boompollen in 2007 afgewezen wegens onvoldoende aangetoonde werkzaamheid. De vergoeding werd desondanks voortgezet op basis van een gedoogbeleid, ondanks het vervallen van de wettelijke grondslag.
De Minister heeft in 2008 aangekondigd de vergoeding te herzien, met ingang van 1 januari 2009, en de vergoeding van niet-geregistreerde allergenen te beëindigen tenzij opgenomen in de Regeling zorgverzekering. HAL stelt dat het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel vereisen dat de vergoeding wordt voortgezet totdat de beroepsprocedure is afgerond. De Staat betwist dit en wijst op het ontbreken van een voorlopige registratie en verschillen met een vergelijkbare zaak van een concurrent.
De rechtbank oordeelt dat het vertrouwen van HAL op het gedoogbeleid niet meebrengt dat de Minister niet in redelijkheid de vergoeding kan herzien. Bovendien heeft HAL sinds de kennisgeving van de Minister in januari 2008 een overgangstermijn van circa 20 maanden gekregen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van HAL verschilt van die van de concurrent. De vordering wordt daarom afgewezen en HAL wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt HAL in de proceskosten.