ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.S.M. Bak
- C. van Linschoten
- M. Groverman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering en gewijzigde redelijke termijn
Eiser is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege gepleegde misdrijven en het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank stelde eerder vast dat verweerder bevoegd was tot de ongewenstverklaring, maar dat het besluit onvoldoende rekening hield met artikel 8 EVRM Pro en de Boultif-criteria, met name de duur van het verblijf van eiser.
Na een beleidswijziging waarbij de redelijke termijn voor het indienen van een verlengingsaanvraag van zes maanden naar twee jaar werd verruimd, diende verweerder dit mee te nemen in zijn beoordeling. Dit is echter niet gebeurd, waardoor het besluit van 12 maart 2009 een onvoldoende motivering bevat en niet zorgvuldig tot stand is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat de wijziging van de redelijke termijn een relevante wijziging van het recht betreft die niet buiten de hernieuwde beoordeling mag blijven. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en niet-betrekken van de verruimde redelijke termijn; verweerder moet een nieuw besluit nemen.