ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4479
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot staken tenuitvoerlegging straf na overbrenging uit Duitsland
Eiser is in Duitsland veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en drie maanden wegens invoer van heroïne en cocaïne. Hij verzocht om zijn straf in Nederland uit te zitten, waarop de Nederlandse staat instemde en de tenuitvoerlegging overnam. Eiser stelde dat hij in Duitsland na het uitzitten van de helft van zijn straf in aanmerking zou komen voor vervroegde invrijheidstelling, terwijl in Nederland tweederde van de straf moet worden uitgezeten, waardoor zijn strafrechtelijke positie zou zijn verzwaard.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van het Verdrag Overbrenging van Gevonniste Personen (VOGP) de straf niet verzwaard mag worden door overbrenging. Uit het verhoor bleek dat eiser op de hoogte was van de gevolgen van overbrenging naar Nederland. Bovendien is de Duitse regeling voor vervroegde invrijheidstelling anders van aard en niet van toepassing in deze situatie. De Nederlandse regeling vereist tweederde van de straf te zitten, wat ook geldt in Duitsland tenzij bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld, welke in dit geval niet zijn aangetoond.
De rechter concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn strafrechtelijke positie is verzwaard door de overbrenging. Ook is niet gebleken dat gedaagde heeft gehandeld in strijd met de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen. De vordering tot staken van de tenuitvoerlegging werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot staken van de tenuitvoerlegging van de straf wordt afgewezen.